Follow:

Improvisatiekoken

Een tijdje geleden ging ik naar een ‘Masterclass Improvisatiekoken’ gegeven door Velt vzw. Omdat ik die dag heel wat heb bijgeleerd, vond ik het interessant om een samenvatting met jullie te delen. Zo komen jullie meer te weten over improvisatiekoken.

Wat is improvisatiekoken?
Het woord zegt het zelf al: improvisatiekoken is improviseren tijdens het bereiden van een maaltijd. Je start niet vanuit een recept, maar je bedenkt een recept rond een ingrediënt of voedingsmiddel dat je in huis hebt.

Improvisatiekeuken
Je moet niet de klassieke bordindeling in je hoofd houden, maar denk meer in kommetjes. Je kan allemaal bijgerechtjes maken.
Denk hierbij aan ‘eat the rainbow’, want hoe meer kleur in je maaltijd, hoe meer verschillende voedingsstoffen je binnenkrijgt. Door harde voedingsmiddelen (granen, rauwe groenten,…) met zachte (gekookte groenten, groentepuree, spreads,…) te combineren, zorg je voor variatie in textuur.

Laat los wat je weet en herontdek je ingrediënten. Bekijk het anders: “Welke vorm heeft de groente? Welke structuur? Welke kleur? Welke geur?”. Als je even vergeet wat je van een groente weet en hoe je gewoon bent ze te bereiden, gaat er een nieuwe wereld voor je open!

Aan de slag
Combineer verse voeding met droge voeding, smaakmakers en kooktechnieken.
– verse voeding: seizoensgroenten en -fruit, aardappelen, kruiden, zuivel, eieren, vlees of plantaardige eiwitbronnen (tofu, tempeh, seitan)
– droge voeding: granen, deegwaren, meel, bloem, peulvruchten, gedroogd fruit, noten, pitten en zaden
– smaakmakers: olie, azijn, kruiden, bouillon, sauzen, zoetmiddelen,…
– kooktechnieken: koken, stomen, blancheren, stoven, wokken, grillen, marineren, fermenteren, roosteren en drogen

Improvisatiekoken is niet in het wilde weg koken. Je moet nog altijd een evenwichtige maaltijd bekomen.
Je vertrekt vanuit je eiwitten (vlees, gevogelte, vis of peulvruchten) en koolhydraten (aardappelen, rijst, granen,…). Elk beslaat 1/4e van je bord.
Het halve bord dat leeg is, vul je aan met groenten, zowel warm als koud. Bij voorkeur zorg je niet voor 1 groente maar meerdere groenten per maaltijd, zo krijg je meer variatie. Gebruik daarbij de groentekalender als leidraad.
Vergeet de vetten niet. Deze voeg je (in kleine hoeveelheid) toe tijdens de bereiding en zijn verdeeld over de hele maaltijd.

Combineren kan je leren
Een gerecht komt tot stand door een juiste combinatie van ingrediënten. Sommige combinaties, zoals tomaat-basilicum, zijn al zo ingeburgerd, maar er zijn enorm veel combinaties mogelijk.

Ik denk vaak zelf ook “Wat past nu allemaal bij dit ingrediënt?” en ik merk dat ik daar steeds beter in word. Hoe meer je hier mee experimenteert, hoe meer smaakcombinaties je ontdekt en kan toepassen.

Hou rekening met de smaakbalans
De smaak van je impro-gerecht moet goed zitten. Hou er rekening mee dat je gerecht een evenwicht nodig heeft tussen de verschillende smaken: bitter, zuur, zoet, zout en umami. De juiste hoeveelheid zoet, zuur en zout is belangrijk.

Je hebt vast en zeker al eens iets klaargemaakt dat iets miste wat smaak betreft. Dan zal die zoet-zout-zuur balans niet in evenwicht geweest zijn. Proef volgende keer je gerecht nog eens en denk na wat er mist: een zoet, zout of zuur ingrediënt.

Ingrediënten en restjes
Je kan enkele dagen van verschillende potjes eten. Zo kan je elke dag een beetje van alles samenvoegen.
Of je wisselt af in kooktechnieken zodat je toch elke dag iets anders hebt. Bijvoorbeeld vandaag heb je pompoenblokjes uit de oven, morgen geroosterde pompoenblokjes, de dag pompoenpuree,…
Of je verwerkt een restje tot iets nieuws. Bijvoorbeeld een overschotje gestoofde worteltjes mix je onder wat hummus.

Improvisatiekeuken
De improvisatiekeuken is eentje die iedereen een kans zou moeten geven. Je leert niet alleen meer smaakcombinaties, je gaat na een tijd helemaal anders om met de ingrediënten die je in huis hebt. Je zal zien dat je veel creatiever wordt in bereidingen en veel meer bereidingswijzen kent, of leert kennen, voor een bepaalde groente.

Hoe meer je te weten komt, hoe meer je kan spelen met ingrediënten en dan wordt het nog leuker. Je zal zo veel mogelijk willen doen met één groente. Zo kan je bijvoorbeeld van groenteschillen een bouillon trekken, van het lof van wortels kan je pesto maken, het binnenste van broccolisteeltjes kan je verwerken tot een heerlijke dip, van kleine overschotjes groenten kan je groentesoepen maken, enzovoort. De improvisatiekeuken is eindeloos… Geweldig toch!

Wil je graag zo’n impro-gerechtje bekijken? Klik hier voor het recept voor knolselderpuree met geroosterde venkel, pompoenblokjes en champignonballetjes. Je ziet hier de 4 soorten groenten en verschillende kooktechnieken terugkomen.

Spreekt het jou aan om meer te improvisatiekoken?

Hou zeker de website van Velt in de gaten als je zelf een masterclass improvisatiekoken wil volgen.

Share on
Previous Post

Je vindt deze posts misschien ook interessant:

No Comments

Leave a Reply